Naderingsneuronen
Zenuwcellen achter de ogen van de vlieg. Ze vuren als iets snel groter wordt in beeld, zoals een naderende vliegenmepper. Wetenschappers noemen ze LC4 en LPLC2.
Bekijk het in een les
Verwante begrippen
- Reuzenvezel
- Een heel dikke zenuwcel die van het brein omlaag loopt, de zenuwstreng in. Hij vervoert het snelste ontsnappingssignaal van de vlieg. Een vlieg heeft er twee, één aan elke kant.
- Zenuwstreng
- Het ruggenmerg van de vlieg, zeg maar: een bundel zenuwcellen in het borststuk die de poten en vleugels aanstuurt.
- Springneuronen
- Motorneuronen die de springspieren van de middelste poten laten samentrekken, zodat de vlieg de lucht in schiet.
- Reflexboog
- De route die een reflex volgt: van sensorische neuronen, via één of meer schakelcellen, naar de motorneuronen die een spier bewegen.
- Sensorisch neuron
- Een neuron dat iets uit de buitenwereld oppikt, zoals licht of een geur, en dat aan het brein doorgeeft.
- Motorneuron
- Een neuron dat een opdracht naar een spier brengt en die laat samentrekken.
- Elektrische synaps
- Een rechtstreeks kanaal tussen twee neuronen dat een signaal bijna zonder vertraging doorgeeft. De kaart achter de lessen legt alleen chemische synapsen vast.